Oud-Katholiek Seminarie

Januari | Overlijden emeritus-Aartsbisschop Antonius Jan Glazemaker

Op 20 januari jl. overleed onze emeritus-aartsbisschop Antonius Jan Glazemaker.Naast pastoor en bisschop van Antonius Jan (Teus) Glazemaker van groot belang voor het Oud-Katholiek Seminarie. Teus Glazemaker werd in 1969 onder de toen nog oude seminariestructuur als nog betrekkelijk jong pastoor benoemd tot een van de drie provisoren, die het beheer van en het toezicht over het seminarie voerden. Bij de nieuwe bestuursstructuur van 1971, waarbij het seminarie een stichting werd, schoof hij door naar het toen gevormde grotere en meer pluriform samengestelde bestuur. Het was de tijd dat de seminarieopleiding van Amersfoort naar Utrecht overgebracht werd, waardoor het karakter van de opleiding sterk veranderde. De universitaire studie was meer op de wetennschappelijke opleiding gericht dan de practische, en de studenten woonden niet meer samen in seminarieverband, waar ze dagelijks een stuk liturgische vorming ondergingen en de liturgische practijk leerden. Het is de verdienste van Teus als seminariebestuurder geweest dat hij als dienstdoend pastoor steeds aandacht vroeg voor de scholing van de studenten in de pastorale practijk en liturgie, alsook voor geregelde bijeenkomsten van de studenten (wat na enige tijd leidde tot de aanstelling van een eigen studentenpastor). Door de goede samenwerking met zijn oude vriend en tijdgenoot Jan Visser, die na enkele jaren bijzonder hoogleraar werd en de leiding kreeg over onze opleiding, kwam toen veel nieuws tot stand.
In 1981 nam Teus als bisschop van Deventer het voorzitterschap van het seminarie over van mgr.Kok. Ook toen waren het juist de practische zaken die veel aandacht vroegen. Steeds meer studenten van buiten –vaak ook van oudere leeftijd-, die soms al een theologische opleiding elders achter de rug hadden. Het nieuwe instituut van lectoren, waarvan de opleiding in die tijd onder verantwoordelijkheid van het seminarie plaats vond. Het opnieuw tot leven komen van het oude ambt van diaken. En een groter aantal priestercandidaten, die slechts een gedeeltelijke taak in de kerk ambieerden en hun vleugels daarnaast wilden uitslaan naar buiten in de maatschappij, soms in andere pastorale functies. Het eiste de nodige practische zin van Teus  als bisschop en seminarievoorzitter om –in overleg met anderen- hiervoor goede werk- en opleidingsstructuren te creeeren.
Bij een weer nieuwe seminariestructuur van 1990 werden op verzoek van docenten de bisschoppen op iets grotere afstand van de opleiding geplaatst door een college van toezicht te creeeren, waarin zij samen met een representant van het collegiaal bestuur zitting kregen. Het voorzitterschap droeg Teus toen over aan ondergetekende, maar zijn actieve belangstelling en inzet voor het seminarie en de opleiding bleef !
Diegenen die met Teus in seminarieverband samengewerkt hebben, bewaren daaraan goede herinneringen. Hij ruste in vrede !
Govaert Kok, oud-voorzitter van het Curatorium.