Oud-Katholiek Seminarie

Maart | In memoriam Remco Robinson

Op het Oud-Katholiek Seminarie is met ontzetting kennisgenomen van het bericht dat dr. Remco Robinson (geb. 1979), onze docent Praktische Theologie en secretaris van het docentencollege, op zondag 10 maart 2019 zijn aardse leven heeft beëindigd.

 

We wisten wel van het diepe dal van depressies waar Remco de laatste jaren doorheen ging. Maar elke keer waren er ook weer lichtpunten, zoals zijn huwelijk met Ruth, ruim een jaar geleden. Op het seminarie maakte hij het afgelopen jaar juist weer een positieve indruk: Remco was enthousiast en geëngageerd bezig met een herstructurering van zijn diverse praktisch-theologische colleges en met de voorbereiding van de universitaire visitatie van ons seminarie. Ook vanuit het Collegiaal Bestuur van de Oud-Katholieke Kerk van Nederland, waarin hij als vertegenwoordiger van de Utrechtse geestelijkheid zitting had, kwamen positieve berichten over zijn bestuurlijke betrokkenheid en inzet.

 

Bij dat alles is het dan een extra grote schok, dat de indruk van verbetering die wij meenden te zien, blijkbaar toch niet de diepten van zijn persoonlijke leed weerspiegelde. Wat er zich uiteindelijk in zijn hart en hoofd afspeelde, bleef voor ons verborgen.

 

Er is weinig fantasie voor nodig om nu reeds vast te stellen dat Remco een grote leegte op het seminarie achterlaat. Hij was in 2008 secretaris van het docentencollege geworden. Zo had hij administratief en inhoudelijk een belangrijk aandeel in het functioneren van het seminarie in de afgelopen elf jaar.

 

Sinds 2010 was Remco bovendien docent Praktische Theologie, een functie waar twee kanten aan zitten, die hij ook beide tot uitdrukking bracht. Ten eerste is de Praktische Theologie een theologisch vak op zichzelf, met een eigen methode op het grensgebied tussen de empirische sociale wetenschappen en de theologische reflectie. Dit aspect van de Praktische Theologie droeg Remco actief uit, vanuit zijn opleiding in de “empirische school” van Nijmegen (Hans van der Ven, Chris Hermans). Daar schreef hij ook zijn proefschrift “Celebrating Unions: An empirical study of notions about church marriage rituals” (2007). Voor Remco was Praktische Theologie in eerste instantie empirisch onderzoek, en hij vond het dan ook jammer dat er voor dát deel van zijn vak weinig tijd en geld ter beschikking stond. Niettemin heeft hij in de laatste jaren in een door NWO gefinancieerd samenwerkingsproject met de hoogleraren Maarten Wisse (PThU) en Peter-Ben Smit een onderzoek kunnen doen dat hem zichtbaar plezier deed. Ook schreef hij een reflectie op het empirische onderzoek dat Andreas Krebs en Dirk Kranz in de Duitse oud-katholieke kerk hadden uitgevoerd.

 

Ten tweede behelst de Praktische Theologie een veelheid aan vakken, die studenten beogen voor te bereiden op het pastoorschap. Hij ontwikkelde dit vak dan ook in relatie tot zijn eigen pastoraat, eerst in Arnhem, later in Zeeland, als rector van een statie en als pastor voor zeelieden. Te denken valt aan: homiletiek (preken), catechetiek, pastorale zorg, kerkopbouw. Van groot belang bij dit deel van de Praktische Theologie is voor iedere student de stage, tegen het eind van de studie. Door dit tweede aspect van de Praktische Theologie was de stem van Remco belangrijk in het overleg tussen bisschoppen, docenten en studentenpastor over de geschiktheid van kandidaten voor het priesterschap.

 

Zijn ervaring deelde Remco ook internationaal – in 2014 gaf hij les op de Filippijnen. Dat gaf hem ook nieuwe ideeën:

 

In het weekend hebben de studenten taken in de omringende parochies. Het is mooi om te zien hoe de studenten zo praktijkervaring opdoen. Stage is dan niet meer nodig. Het is streng, maar je wordt hier wel goed gevormd. Mij lijkt het wel wat…

 

Beide kanten van de Praktische Theologie komen samen in het artikel “Spiritualiteit en praktijk”, dat Remco schreef in het gezamenlijke boek van docenten en oud-docenten van het seminarie “De Oud-Katholieke Kerk van Nederland. Een inleiding” (2018). In dat artikel horen we Remco het oud-katholieke parochieleven beschrijven, mét de accenten die hij daarbij graag extra zou willen belichten. Hoorbaar is daarin zijn passie voor de kerk en zijn geloof in haar toekomst – met een open blik voor hoe die eruit kan zien én met ideeën daarover:

 

Wil men echt de kerk opbouwen, dan zal men toch eerder aan de tent der samenkomst moeten denken die steeds weer wordt opgebouwd als het volk stilstaat om God te ontmoeten dan een stenen gebouw dat al eeuwen onveranderd is. Kerkopbouw betekent namelijk niet het bestaande behouden, maar werken aan de voltooiing ervan.

 

Het College van Docenten van het Oud-Katholiek Seminarie:

Mattijs Ploeger

Peter-Ben Smit

Adriaan Snijders

Wietse van der Velde

Joris Vercammen