Curriculum

CURRICULUM KERKELIJKE OPLEIDING

Het studieprogramma van de kerkelijke opleiding (groot kerkelijk examen) omvat twee jaren. Het totaal aantal te behalen studiepunten bedraagt 120 ECTS. 1,5 ECTS komt globaal overeen met het werk dat in één week van 40 uur kan worden gedaan. De tijd die de colleges met hun voorbereiding en uitwerking vergen (werkcolleges uiteraard meer dan hoorcolleges) is in de berekening van het aantal studiepunten per vakgebied verdisconteerd. Ook de literatuur die door de docent kan worden opgegeven telt mee in de berekening. (Voor diegenen die hun studie zijn begonnen vóór de invoering van de bachelor-masterstructuur worden overgangsregelingen getroffen, zodat zij hun "oude" studiepunten kunnen behouden op basis van de berekening 1 "oude" studiepunt = 1,5 ECTS.)

Het programma van de opleiding voor het klein kerkelijk examen is van het bovengenoemde programma afgeleid. De colleges staan open voor studerenden in beide programma's. De eisen die gesteld worden ten aanzien van literatuurstudie, toetsen en tentamens zijn echter zodanig, dat het totaal aantal te behalen studiepunten 60 ECTS bedraagt.

Hieronder volgt een beschrijving van het curriculum. In de loop van de tijd kunnen zich wijzigingen voordoen, bijvoorbeeld doordat docenten hun cursus bijstellen, of doordat een vak wordt toegevoegd of samengevoegd.

1. KERK EN SAMENLEVING


1.1 Oud-katholicisme en hedendaagse cultuur (inleidend programma)

Docenten:
Dr. M. Ploeger
Dr. J.A.O.L. Vercammen
Drs. W.B. van der Velde

Studiebelasting: 5 ECTS

Doel:
Het aanreiken van elementen die de relatie tussen de theologie en de wijze van kerk-zijn enerzijds en de hedendaagse cultuur anderzijds aan de orde stellen. In dit kader worden kerkelijke en maatschappelijke ontwikkelingen in kaart gebracht tegen de achtergrond van historische kernmomenten en lijnen die het oud-katholicisme in beeld brengen. Hierbij wordt aandacht besteed aan de theologische en ecclesiologische uitgangspunten van het oud-katholicisme en aan de hermeneutische sleutels die hierop van toepassing zijn. Ook wordt gekeken naar de totstandkoming en de verdere ontwikkeling van het oud-katholicisme in Nederland en in andere landen.

Methode:
Werkcolleges aan de hand van inleidingen en teksten. Recente onderzoeken die deze gegevens schetsen en analyseren. Specifieke vraagstukken aan de orde stellen aan de hand van voorbeelden en teksten. Bijv. de vraag naar de gebruikte hermeneutische sleutel in de herderlijke brief over het tweede huwelijk of de aanwezigheid van een fundamentalistische benadering dwars door kerken en
religies heen.

Inhoud:

  • Historische conflicten van belang voor de oud-katholieke ontwikkeling van identiteit tegen de sociale en culturele achtergronden in de maatschappij.
  • Hermeneutische principes in de discussie tussen cultuur en theologie, kerk en maatschappij. Relatie tussen kerk en staat en het spreken over de kerk in de oud- katholieke visie.
  • Eigentijdse vragen over de betekenis van geloof en leven in de postmoderne (westerse) wereld en de oud-katholieke situatie en benadering.
  • De problematiek van het fundamentalisme in religies.
  • Eenheid en verscheidenheid in culturele ontwikkelingen en theologie.
  • Enkele typische aspecten in theologie, kerkbelevingen cultuur: woord en beeld in de (oud-) katholieke traditie, vernieuwing en conservatisme, betekenis van kleine en grote kerk- zijn, de relatie tussen principes en idealen en de beleving, orthopraxie en orthodoxie.
  • De oud-katholieke kerk en de oecumenische uitdaging in onze tijd.

Literatuur:
- N. E. Haspels, Identiteit en binding: Visies op identiteit, motieven van toetreden tot en bedanken voor de Remonstrantse Broederschap, Amsterdam 2000.
- J. van der Hoeven, De aantrekkingskracht van het midden: Historisch-kritische studie van een westerse denkwijze, Kampen 1994.
- G. Dekker, God in Nederland 1966-1996, Amsterdam 1997.
- W. Arts, J. Hagenaars en L. Halman (eds.), The cultural Diversity of European Unity: Findings, explanations and reflections from the European Values Study, Leiden-Boston 2003.
- A. Vergote, Moderniteit en Christendom: Gesprek in vrijheid en respect, Tielt 1999.
- J.A. van der Ven, Ecclesiologie in context, Kampen 1993.
- R. Williams, Lost Icons. Reflections on Cultural Bereavement, London 2003.
- J. Morris en N. Sagovsky (eds.) The unity we have, the unity we seek. Ecumenical prospects for the third Millennium, London 2003.
- Reader met teksten met betrekking tot de omgang in de Oud-Katholieke Kerk van Nederland met door de maatschappij aangereikte vragen zoals de emancipatie van de vrouw, ethische kwesties (bijv. geboortebeperking, homoseksualiteit), kerk en vrede. Eveneens worden hierin de officiële reacties (voor zover aanwezig) van de kerk op deze vragen weergegeven.

1.2 Kerkelijk ambt in de moderne samenleving

Docenten: Dr. J.A.O.L. Vercammen; Prof. Dr. P.B.A. Smit

Studiebelasting: 5 ECTS

Doel:
De studenten zijn in staat de religieuze problematiek van onze samenleving, de problematiek van de kerken in onze samenleving en de grote lijnen van de oud-katholieke ambtstheologie te schetsen. Zij kunnen deze theologie afzetten tegen de achtergrond van culturele ontwikkelingen in onze samenleving en zijn in staat aan te geven hoe en in welke mate het oud-katholieke kerkelijke ambt tegen dezelfde achtergrond een bepaalde relevantie kan hebben.

Methode:
Enkele hoorcolleges als inleiding tot de vraagstelling en werkcolleges waarin gedeelten uit de literatuur worden bestudeerd.

Inhoud:
Het kerkelijke ambt in een zich seculariserende samenleving of hoe de sociale betekenis van het kerkelijk ambt gedurende de laatste veertig jaar in onze samenleving grondig gewijzigd is.
De gezagscrisis en de behoefte aan 'geestelijk leiderschap' in de moderne cultuur.
Ambt in een kerk die zichzelf verstaat als sacrament voor de wereld.
Ambt, charisma en gemeente.
Episcopaal-synodale context van het kerkelijk ambt.
De apostolische successie.
De kansen van een "Petrusdienst" .
Ambt en oecumene (o.m. Lima-rapport en Porvoo-overeenkomst).

Toetsing:

Het college wordt afgesloten met een werkstuk van 10 pagina’s (5000 woorden), waarin de student, uitgaande van oud-katholieke theologie in oecumenische context een theologie van het ambt in de moderne samenleving schetst.

Literatuur:
Literatuur Vercammen (te lezen literatuur is per college aangegeven):

  • [Aldenhoven, Herwig/Arx, Urx von], ‚Christ-(alt-)katholische Stellungnahme zu den sogenannten „Lima-Texten“,‘ Internationale Kirchliche Zeitschrift 78 (1988), 197-212.
  • Afanassieff, Nicolas, ‘Les présidents dans le Seigneur,’ in: idem, L'église du Saint-Esprit (Paris: CERF, 1975), 191-372.
  • Ambt in de branding. Herderlijke Brief van de bisschoppen van de Oud-Katholieke Kerk van Nederland bij het besluit tot het openstellen van het ambt voor vrouwen (Utrecht-Haarlem, 1999).
  • Anglican-Roman Catholic International Commission (ARCIC), The Gift of Authority: Authority in the Church III (London: Anglican Communion Office, 1999).
  • Arts, W., J. Hagenaars en L. Halman (red.), The Cultural Diversity of the European Unity. Findings, Explanations and Reflections from the European Value Study (Leiden-Boston: Brill, 2003). (Capita selecta)
  • Avis, Paul, A Ministry Shaped by Mission (London : T&T Clark, 2005).
  • Berkhof, Hendrikus, Christelijk geloof (Kok: Kampen, 92007).
  • Bouteneff, P.C,  en A. D. Falconer, Episcopé and Episcopacy and the Quest for Visible Unity. Two Consultations. (Faith and Order Paper no 183), Genéve 1999.
  • Doop, eucharistie en ambt (Amersfoort: De Horstink, 1982).
  • Eijk, T. van, ‘Diensten en ambten voor en in de kerk,’ in: idem, Teken van aanwezigheid: een katholieke ecclesiologie in oecumenisch perspectief (Zoetermeer: Boekencentrum, 2000), 267-299.
  • Erik Borgman, ‘De erosie van de hiërarchie,’ in: idem, Metamorfosen (Kampen: Klement, 2006),  246-275
  • Heitink G., en T. van Knippenberg (red.), Inspirerend leiderschap Praktische Theologie 26:4 (Zwolle: Waanders, 1999).
  • Kronenburg, Hans, Episcopus Oecumenicus: bouwstenen voor een theologie van het bisschopsambt in een verenigde reformatorische kerk (Zoetermeer: Boekencentrum, 2003).
  • Küry, Urs, Die altkatholische Kirche. Ihre Geschichte, ihre Lehre, ihr Anliegen (2de vermeerderde druk; Stuttgart: Evangelisches Verlagswerk, 1978). 
  • Murray, Paul, ‘The Need for an Integrated Theology of Ministry within Contemporary Catholicism: A Global North Perspective,’ Concilium 2010:1, 43-54.
  • Parmentier, M. (red.), The ecumenical consistency of the Porvoo Document (Amersfoort: Oud-Katholiek Boekhuis, 1999).
  • Raad van Kerken/Beraadsgroep ‘Geloven en Kerkelijke Gemeenschap’, Het ambt in de kerk (Interne notitie), 2006.
  • Schillebeeckx, Edward, Democratisch ambtelijk beheer van de kerk, in: idem, Mensen als verhaal van God (Baarn: Nelissen, 1990), 231-246..
  • Schillebeeckx, Edward, Pleidooi voor mensen in de kerk: christelijke identiteit en ambten in de kerk (Baarn: Nelissen, 1985).
  • Stalder, Kurt, ‚Zur Frage nach dem Amt in der Kirche,‘ in: idem, Die Wirklichkeit Christi erfahren. Ekklesiologische Untersuchungen und ihre Bedeutung für die Existenz von Kirche heute (Zürich: TVZ, 1984, 77-104.
  • Thurian, Max (red.), Churches Respond to BEM 1–6 Faith and Order Papers 129, 132, 135,137, 143–144 (Genève: WCC, 1986–1988).
  • Together in Mission and Ministry: Conversations between the British and Irish Anglican Churches and the Nordic and Baltic Lutheran Churches (London: The Council for Christian Unity of the Church of England, 1993).

Literatuur Smit:

 

  • Beek, A. van de Lichaam en Geest van Christus (Zoetermeer: Meinema, 2012). Aan te schaffen
  • Internationaler Römisch-katholisch-Altkatholischer Dialogkommission, Kirche und Kirchengemeinschaft – In Nederlandse vertaling: Kerk en kerkelijke gemeenschap Kerkelijke Documentatie 37:9-10 (2009), 241-298. - http://bit.ly/PUZCMJ
  • Parker, Charles H., Faith on the Margins. Catholicism and Catholics in the Dutch Golden Age (Cambridge, MA: Harvard University, 2008), 69-242.
  • Ploeger, Mattijs, Celebrating Church. Ecumenical Contributions to a Liturgical Ecclesiology (Groningen/Tilburg: Instituut voor Liturgiewetenschap/Liturgisch Instituut, 2008). Aan te schaffen (bestelling bij de auteur: m.ploeger@hotmail.com)
  • Rapp, Claudia, Holy Bishops in Late Antiquity: The Nature of Christian Leadership in an Age of Transition (Berkeley: University of California, 2005).
  • Söding, Thomas, ‚Geist und Amt. Übergänge von der apostolischen zur nachapostolischen Zeit,‘ in: Theodor Schneider  – Günter Wenz (ed.), Das kirchliche Amt in apostolischer Nachfolge I DiKi 12 (Freiburg: Herder, 2004), 189-263.

Verdieping NT (optioneel)

  • Andrew D. Clarke, A Pauline Theology of Church Leadership LNTS (London: T&T Clark, 2008).
  • Jochen Wagner, Die Anfänge des Amtes in der Kirche. Presbyter und Episkopen in der frühchristlichen Literatur TANZ 53 (Tübingen: Francke, 2011).

1.3. Inleiding Praktische Theologie       

Docent: Dr. R. Robinson

Studiebelasting: 6 ECTS

 

Cursusdoelen: Kennismaking met de Praktische Theologie, haar object en methodologie, met de nadruk op de toepassing ervan op het functioneren van een pastor in een geïndividualiseerde en geseculariseerde maatschappij.

Methode: Het onderwijs wordt gegeven in een mengvorm van hoor- en werkcollege aan de hand van opgegeven literatuur. Na een introductie in de belangrijkste concepten en handvatten, wordt van studenten gevraagd een casus te bedenken en uit te werken. Deze casussen worden in de laatste colleges gepresenteerd en door docent en medestudenten van feedback voorzien.

Inhoud: Vertrokken wordt vanuit het hermeneutisch pastoraat, waarna gekeken wordt naar verschillende thema’s:

  1. Wat is praktische theologie en welke methoden gebruikt zij?
  2. Context van pastoraat
  3. Kerkopbouw
  4. Pastorale counseling
  5. Geestelijke begeleiding en spiritualiteit
  6. Diaconie
  7. Missionair pastoraat (pastoraat buiten de eigen kerkelijke context)
  8. Catechese en godsdienstpedagogiek

Eindtermen:

De student:

  • kan het functioneren van de pastor plaatsen binnen de bredere wetenschappelijke context van de praktische theologie en de kerkelijke en maatschappelijke context van West-Europa
  • is bekend met de verschillende paradigmata van pastoraat in het algemeen de modellen die daarbij horen
  • heeft elementaire kennis van de belangrijkste theorieën en methoden van kerkopbouw, pastorale counseling, geestelijke begeleiding, diaconie, missionair pastoraat en catechese
  • is in staat de opgedane kennis en de methoden toe te passen op een theoretische casus 

Toetsing

  • Schriftelijk tentamen over de collegestof en de verplichte literatuur
  • Participatie aan het college, met name de inbreng tijdens de laatste drie colleges
  • Eindwerkstuk over een zelfbedachte casus en de behandeling ervan

 

Verplichte literatuur:

  • J. Hendriks, (2008). Verlangen en vertrouwen. Het hart van gemeenteopbouw. Kampen: Kok.p. 23-174, 322-343. (172p
  • Ruard Ganzevoort, Jan Visser, Zorg voor het verhaal. Achtergrond, methode en inhoud van pastorale begeleiding, Zoetermeer 2007 p. 68-203 (135 p.)
  • C. Menken-Bekius, & H. v.d. Meulen, (2007). Reflecteren kun je leren. Basisboek voor pastoraat en geestelijke verzorging. Kampen: Kok. p.60-95, 161-199 (73 p.)
  • H. Crijns, W. Elhorst, L. Miedema, H. Noordegraaf, P.R. van Berkel, S. Stoppels, & H. van Well, Barnhartigheid en gerechtigheid (2 ed.). Kampen: Kok. 2004, p. 21-50, 324-411 (116p.)

1.4 Praktische Theologie in oud-katholieke context

docent: Dr. R. Robinson


studiepunten: 6 ECTS

Doel 
De student verdiept de reeds aanwezige kennis van en inzicht in modellen van pastoraat en kan deze toepassen in de verschillende contexten van de Oud-Katholieke kerk van Nederland

Inhoud

  1. context van pastoraat
  2. kerkopbouw
  3. pastorale counseling
  4. geestelijke begeleiding en spiritualiteit
  5. catechese
  6. diaconie
  7. missionair pastoraat (pastoraat buiten de eigen kerkelijke context)

Werkwijze

De studenten beginnen vanaf het eerste college met een onderzoek in hun parochie, dat uitmondt in een presentatie in een college en een werkstuk, waarin naast een algemene indruk van de parochie een van de deelonderwerpen van de cursus in relatie tot de betreffende parochie wordt uitgewerkt. 

De colleges zijn werkcolleges, waarin steeds een deelonderwerp wordt uitgewerkt aan de hand van de oud-katholieke praktijk, gepresenteerd door een student en aangevuld door de docent.

Er is geen verplichte literatuur. Uit de aanbevolen literatuur kunnen de studenten literatuur halen die ze nodig hebben voor hun presentatie en werkstuk. 

Aanbevolen Literatuur

  • Ruard Ganzevoort, Jan Visser, Zorg voor het verhaal. Achtergrond, methode en inhoud van pastorale begeleiding, Zoetermeer 2007 (409 p.)
  • C. Menken-Bekius & H. van der Meulen, Reflecteren kun je leren. Basisboek voor pastoraat en geestelijke verzorging, Kok, Kampen 2007, p. 13-126, 161-199
  • André Wierdsma en Joop Swieringa, Lerend organiseren en veranderen. Als meer van hetzelfde niet helpt. Noordhoff, 216 pag.
  • E. Hoffman, W. Art, Interculturele gespreksvoering.Houten/Diegem, 1994.
  • J. Hendriks, (2008). Verlangen en vertrouwen. Het hart van gemeenteopbouw. Kampen: Kok.p. 23-174, 322-343. (172p
  • H. Crijns, W. Elhorst, L. Miedema, H. Noordegraaf, P.R. van Berkel, S. Stoppels, & H. van Well, Barnhartigheid en gerechtigheid (2 ed.). Kampen: Kok. 2004, p. 21-50, 324-411 (116p.)
  • Hans Alma, Geloofsontwikkeling in levensloopperspectief, in: Praktische theologie 25 (1998), 122-139
  • Chris Hermans. To do or not to do: that's the question. theologische en godsdienstpedagogische reflectie op religieuze vorming, in: C. Hermans (ed.), Is er nog godsdienst na 2050?, Budel 2003, 20-31
  • B. Robbers, Basiscatechese: een andere aanpak voor de introductie van jongeren in de kerk. Hoevelaken 1991
  • E.N. Sarot, Kabaal en verhaal, Amersfoort 2006
  • E.N. Sarot, Gisteren, vandaag en morgen. Verhalenbundel bij Kabaal en Verhaal, Amersfoort 2006

Toetsing

Participatie en presentatie, werkstuk (5 a 10 pag.) (som/2)

Opmerkingen

80% aanwezigheidsplicht. Deze cursus volgt op de cursus 1.3 Inleiding Praktische Theologie en is verplicht voor zij-instromende studenten. 

1.5 Inleiding Oud-Katholieke theologie (lectuurcursus)

Docent: Gedurende iedere collegeperiode neemt één docent dit college voor zijn rekening.

Studiebelasting: 6 ECTS

Doel:
De studenten maken kennis met relevante teksten uit de oud-katholieke theologie en geschiedenis die iedere oud-katholieke theoloog moet kennen.

Methode en inhoud:
Docent en studenten bespreken tijdens de bijeenkomsten teksten die iedere deelnemer van te voren nauwkeurig bestudeerd heeft.

Literatuur:
De docent geeft aan het begin van de cursus literatuur op. Deze kan in gekopieerde en/of digitale vorm (via blackboard of anderszins) ter beschikking worden gesteld. Indien het goed verkrijgbare literatuur is van algemeen belang kan zij ook door de studenten zelf worden aangeschaft.

2. KERK EN CULTUUR

2.1 Patristiek en concilies tot 1054

Docent: ...


Studiebelasting: 5 ECTS

Doel:
Het verkrijgen van inzicht in de historische ontwikkeling van de concilies voorafgaand aan het uiteengaan van de byzantijnse en latijnse kerken in 1054, in de betekenis van de "oude en ongedeelde Kerk" en het oud-katholieke principe van het teruggaan naar de "ecclesia primitiva" en in de geloofsbelijdenissen (met bijzondere aandacht voor het "filioque") alsmede de inhoudelijke beslissingen van de concilies inzake de theologische visies van orthodoxie en heresie. Veder inzicht verwerven in de invloed van de politieke machten op de concilies en de oorzaken van de teruggang of het verdwijnen van het christendom en de kerken in Noord-Afrika en het Oosten (Turkije, Egypte, enz.). De betekenis en de rol van de canones in van de concilies met verwijzing naar het Utrechts-Haarlemse brevier. Het proces bestuderen van de aanvaarding en receptie van concilieteksten en besluiten. De ontwikkeling van het conciliaire en hiërarchische kerkmodel.
Inzicht krijgen in de leer en de visies van de kerkvaders, vooral deze die een grote betekenis hebben voor het oud-katholicisme (Augustinus). De betekenis van de canon van Vincentius van Lerinum.
Het is de bedoeling actuele thema's in de theologie en de ecclesiologie te vergelijken met en te toetsen aan teksten uit de vroege kerk, de kerkvaders en de concilie-uitspraken.
Methode:
Hoorcolleges afgewisseld met werkcolleges waarbij (concilieteksten en decreten) teksten besproken worden (in Latijnse of Griekse grondtekst van met vertaling in het Nederlands). Als achtergrond wordt beknopt een overzicht gegeven van de conciliegeschiedenis. Studie van actuele thema's tegen de achtergrond van de ontwikkelingen en teksten uit de vroege kerk.

Inhoud:
1. Overzicht van de geschiedenis van de concilies en hun inhoud.
2. Betekenis van de culturele en politieke invloeden op de concilies.
3. De totstandkoming van de voornaamste geloofsbelijdenis(sen).
4. Overzicht van de leerstellingen uit orthodoxie en heresie.
5. Verschillen tussen kerken in oost en west, en byzantijnse en latijnse strekking.
6. Belangrijke en specifieke concilie-canones voor de oud-katholieke traditie.
7. Teksten van concilies en kerkvaders.


Literatuur:
- A. De Halleux, Patrologie et Oecumenisme. Recueil d'Etudes, Leuven 1990.
- P.F. Fransen, Hermeneutics of the Councils and Other Studies, Collected by H.E. Mertens and F. De Graeve, Leuven 1985.
- L. H. Westra, The Apostle's Creed: Origin, History and Commentaries, Turnhout 2002.
- P. Gemeinhardt, Die Filioque-Kontroverse zwischen Ost- und Westkirche im Frühmittelalter, 2002.
- B. Oberdorfer, Filioque: Geschichte und Theologie eines ökumenischen Problems, 2001.

2.2 Geschiedenis van de Oud-Katholieke Kerk van Nederland
en van het oud-katholicisme

Docenten: Drs. W.B. van der Velde; Prof. Dr. J.J. Hallebeek

Studiebelasting: 5 ECTS

Doel:
De student neemt kennis van de geschiedenis van de Oud-Katholieke Kerk van Nederland en van de daaraan voorafgaande ontwikkelingen in de Nederlandse rooms-katholieke kerk die tot het zelfstandig kerkelijk bestaan van de Oud-Katholieke Kerk aanleiding hebben gegeven. Tevens zal een overzicht worden gegeven van de geschiedenis van de andere de oud-katholieke kerken van de Unie van Utrecht.
De student is na de cursus in staat de geschiedenis van de Oud-Katholieke Kerk van Nederland te schetsen en duidelijk te maken welke factoren in de kerkgeschiedenis en algemene geschiedenis daarop van invloed zijn geweest. De deelnemers aan de cursus verwerven inzicht in de historisch gegroeide plaats en situatie van de Oud-Katholieke Kerk van Nederland en daarbuiten en kunnen deze aan anderen verklaren.

Methode:
Het onderwijs wordt hoofdzakelijk gegeven in de vorm van een hoorcollege aan de hand van eigen syllabi en aanvullende literatuur; daarnaast zal een enkele maal een werkcollege, dat door een student kan worden voorbereid met een paper, worden gegeven.
De studenten dienen ter voorbereiding van het hoorcollege of ter verdieping van het gehoorde relevante literatuur over periode of onderwerp te bestuderen.

Inhoud:
De geschiedenis (in vogelvlucht) van de katholieke kerk in Nederland gedurende de middeleeuwen,
met daarbij bijzondere aandacht voor de invloeden van de conciliaire beweging en de Moderne Devotie;
de geschiedenis van de reorganisatie van de bisdommen in 1559;
de periode van vervolging en achteruitstelling in de zeventiende eeuw;
de ontwikkeling van het Jansenisme en Gallicanisme;
het Utrechtse schisma van 1723;
de geschiedenis van de Rooms-Katholieke Kerk van de Oud-Bisschoppelijke Cleresie;
de ontstaansgeschiedenis van de oud-katholieke beweging van 1870 tot aan 1889;
de geschiedenis (in vogelvlucht) van de oud-katholieke kerken van de Unie van Utrecht (inclusief PNCC en Mariavieten) en de invloed die zij hebben gehad op de Oud-Katholieke Kerk van Nederland.

Literatuur:
- W.B. van der Velde, De Oud-Katholieke Kerk van Nederland: geschiedenis, in A. Berlis e.a., De Oud-Katholieke Kerk van Nederland: leer en leven, Zoetermeer 2000, 13-88.
- Idem, De Unie van Utrecht van de Oud-Katholieke Kerken, ibid. , 89-108.
- Handbuch der Kirchengeschichte V, Die Kirche im Zeitalter des Absolutismus und der Aufklärung, Freiburg 1970, 3-90, 409-460, 477-495, 584-585.
- C.B. Moss, The Old Catholic Movement, Its Origins and History, London 1964, 169-353.
- J. Visser, Het ideaal van de "Ecclesia primitiva" in het Jansenisme en Oud-Katholicisme, Publicatieserie OKS 8, Amersfoort 1980, 3-25.
- J. Visser, Rovenius und seine Werke, Assen 1966, 7-29.
- E. Schulte van Kessel, Geest en Vlees in godsdienst en wetenschap, 's-Gravenhage 1980, 5-48, 91-115.
- M.G. Spiertz, Op weg naar een rehabilitatie van Petrus Codde? Publicatieserie OKS 33, Amersfoort 1998.
- Z.B. van Espen, Motivum Juris of Regts-Bewijs voor het Bisschoppelijk Capittel van Haarlem. Uit het Latijn Vertaald, door P: H: Pr., Haarlem, 1703, 1-32 (in copie te verkrijgen bij de docent).
- W.B. van der Velde, "Zie, ik zal er u geven uit de Sijnagoog des satans", in: Met het oog op morgen, Zoetermeer, 1996, 171- 185.
- Dick J. Schoon, Van bisschoppelijke Cleresie tot Oud-Katholieke Kerk. Bijdrage tot de geschiedenis van het katholicisme in Nederland in de 19e eeuw, Nijmegen, 2004, pag. 859-867.
- Reader (te verkrijgen bij de docent).

2.3 Kerk en eredienst in Verlichting en Reformkatholicisme

Docent: Dr. K.Ouwens

Studiebelasting: 5 ECTS

Doel:
Het bestuderen van de geschiedenis van de Rooms-Katholieke Kerk gedurende de achttiende eeuw en het eerste kwart van de negentiende eeuw, waarbij de aandacht in het bijzonder uit zal gaan naar de invloeden die de Verlichting en het Reformkatholicisme gehad hebben op de liturgie, de spiritualiteit en het kerkbegrip van de Rooms-Katholieke Kerk van de Oud-Bisschoppelijke Cleresie.

Methode:
Het onderwijs wordt gegeven in een mengvorm van hoorcollege en werkcollege.

Inhoud:
De ontwikkeling van de kerk van de Oud-Bisschoppelijke Cleresie gedurende de achttiende en het eerste kwart van de negentiende eeuw. Hierbij zal bijzondere aandacht worden geschonken aan de contacten met vertegenwoordigers van Verlichting en Reformkatholicisme en op overige wijzen waarop deze stromingen invloed hebben gehad op de liturgie en de spiritualiteit van de Cleresie.

Literatuur:
- als te kennen achtergrond wordt verondersteld: Handbuch der Kirchengeschichte V. Die Kirche im Zeitalter des Absolutismus und der Aufklärung, 1970, 3-90, 409-460, 477-495, 584-585 (ook bij 2.2.)
- Charles A. Bolton, Church Reform in 18th Century Italy (The Synod of Pistoia, 1786), Den Haag 1969.
- Een Hervormer in de Katholieke Kerk van onze dagen. Levensschets van den bestuurder van het bisdom Constanz, Vrijheer L.H. von Wessenberg, Groningen 1863 (in copie te verkrijgen bij de docent).

2.4 Systematiek en geschiedenis van de liturgie

Docent: Dr. K. Ouwens

Studiebelasting: 5 ECTS

Doel:
De student krijgt inzicht in de historische ontwikkelingsgang en de systematiek van de liturgie in de oosterse en de westerse kerk, wordt vertrouwd gemaakt met de bronnen hiervan en kan deze interpreteren en evalueren.

Methode:
Het onderwijs wordt gegeven in de vorm van een werkcollege. Aan de hand van een keuze van liturgische teksten bestemd voor de eucharistie wordt de ontwikkeling van de riten en de formules hiervan gevolgd. De deelnemers bestuderen de teksten tevoren en per sessie geeft één van hen een overzicht van de bijzonderheden ervan, met zijn/haar commentaar. De betreffende tekst wordt in de collegegroep nader behandeld.

Inhoud:
Belangrijke teksten zoals de Didachè, de Traditio Apostolica, diverse middeleeuwse en latere bronnen; bestudering van recentere liturgische bronnen en vergelijking met oudere overleveringen. Enige aandacht zal worden besteed aan de ontwikkelingen in de kerkmuziek en de beeldende kunst voorzover deze met de liturgie verband houdt.

Literatuur:
- Reader van teksten en commentaren, samengesteld door de docent.
- H.A.J. Wegman, Riten en mythen: Liturgie in de geschiedenis van het christendom, Kampen 1991. R. Messner, Einfiihrung in die Liturgiewissenschaft, Sa1zburg 2001.
- Michael Kunzler, Die Liturgie der Kirche, Paderborn 20032.

3. Theologie in systematisch perspectief

3.1 Ecclesiologie en fundamentele liturgiek

Docenten: Dr. J.A.O.L.Vercammen; Dr. K.Ouwens

Studiebelasting: 5 ECTS

Doel:
De studenten zijn in staat te schetsen in hoeverre de fundamentele lijnen van de oud-katholieke ecclesiologie uitgangspunt zijn voor de liturgie, hoe deze uitgangspunten concreet vorm krijgen in de liturgische praktijk en zijn - omgekeerd - in staat de liturgische praktijk te evalueren met dezelfde uitgangspunten als criteria. Zij kunnen de centrale plaats van de eucharistie in de kerk theologisch weergeven en aanduiden welke de theologische consequenties daarvan zijn voor de ecclesiologie.

Methode:
Werkcollege en tekstlezing

Inhoud:

  • Bijbelse gegevens over de kerk (met bijbelse metaforen voor de kerk).
  • Kerk en Rijk van God.
  • Trinitaire ecclesiologie.
  • Oud katholieke accenten in de ecclesiologie: referentie aan de oude kerk, de centrale plaats van de lokale kerk, de conciliariteit van de kerk.
  • De kerk als koinonia.
  • De centrale plaats van de eucharistie in de kerk.
  • De structuur van het eucharistisch gebed.
  • Het handelen van de liturg in persona Christi en in persona Ecclesiae.
  • Het spreken en handelen assertieve en narratieve en de ecclesiologische betekenis daarvan.
  • De functionaliteit en de achtergronden van de ambtswijdingen.

Literatuur:
- H. Zirker, Ekklesiologie, Düsseldorf 1984.
- U. Küry, Die Kirche, in: id., Die Altkatholische Kirche, Stuttgart 1966, 225-278.
- J. Werbick, Kirche: ein ekklesiologischer Entwurf für Studium und Praxis, Freiburg-Basel-Wien, 1994.
- T. van Eijk, Teken van aanwezigheid: een katholieke ecclesiologie in oecumenisch perspectief, Zoetermeer 2000.
- E. Schillebeeckx, Mensen als verhaal van God, Baarn 1990.
- U. Kuhnke, Koinonia: zur theologischen Rekonstruktion der Identität christlicher Gemeinde, Düsseldorf 1992.
- H. Aldenhoven, Der Zusammenhang der Frage des Ausganges des Heilgen Geistes mit dem Leben der Kirche: Geist Gottes, Geist Christi, Beiheft zur ökumenischen Rundschau Nr. 39, 134-143.
- H. Aldenhoven, Trinitarische Analogien und Ortskirchenekklesiologie, IKZ 2002, 65-75.
- L. Boff, Der dreieinige Gott: Gott der sein Volk befreit, Düsseldorf 1987.
- McGrath, A., Christelijke Theologie: een introductie, Kampen 1997.
- A.J. Glazemaker, Oude woorden geven nieuw licht: trinitarisch denken over de kerk, in: J. Hallebeek en J.L. Wirix, (red.), Met het oog op morgen: ecclesiologische beschouwingen aangeboden aan Jan Visser, Zoetermeer 1996, 58-63.
- A. Kallis, Das hätte ich gerne gewusst. 100 Fragen an einen orthodoxen Theologen, Münster 2003. Stefan Tobler, Analogia Caritatis: Kirche als Geschöpf und Abbild der Trinität, Amsterdam 1994.
- U. von Arx, The Old Catholic Churches of the Union of Utrecht, in: P. Avis (ed.), The Christian Church. An Introduction to the major traditions. London 2002.
- A. Schmemann, Introduction to Liturgical Theology, New York 1986.

3.2 Geschiedenis van de oud-katholieke theologie, sacramentenleer en
spiritualiteit

Docenten: Dr. M. Ploeger; Dr. K.Ouwens

Studiebelasting: 5 ECTS

Doel:
Inzicht krijgen in de vragen naar bestaan en zingeving en de antwoorden die hierop gegeven zijn vanuit de christelijke traditie en bijzonder vanuit de oud-katholieke. Hoofdthema's uit de theologie worden aan de orde gesteld die betrekking hebben op scheppings- en verlossingsleer, Godsbeeld, christologie, pneumatologie en eschatologie. De katholieke benadering van het tekenkarakter van de sacramenten en de eigen benadering hiervan in de oud-katholieke theologie en traditie. De eigen accenten in de oud-katholieke spiritualiteit en de verbindingen met Port-Royal, Moderne Devotie en Jansenisme. De eigen ontwikkeling van een oud-katholieke theologie.

Methode:
Hoor- en werkcolleges met betrekking tot vragen uit cultuur en maatschappij bij theologie en liturgie. Bespreking van teksten, alsook theologische en liturgische bronnen.

Inhoud:

  • Overzicht van de geschiedenis van theologie en liturgie
  • Thema's: zingevingsvragen over bestaan, goed en kwaad, mogelijkheid tot Godskennis d.m.v. ervaring en openbaring.
  • Schepping en openbaring in theologische en liturgische teksten.
  • Christus, verlossing en verzoening.
  • De heilige Geest en diens werking, eschatologie.

Literatuur:
- U. Küry, Die Altkatholische Kirche: ihre Geschichte, ihre Lehre, die Anliegen, Stuttgart 1966, 125-218.
- A. Rinkel, Dogmatische Theologie. Deel IV. De Sacramenten, Collegedictaat 1956, 7-188.
- H.A.J. Wegman, Riten en mythen: Liturgie in de geschiedenis van het christendom, Kampen 1991.

3.3 Oud-katholieke theologische vraagstukken en genderstudies

Docent: Dr. M. Ploeger

Studiebelasting: 5 ECTS

Doel:
Dit college behandelt actuele vraagstukken die in de oud-katholieke kerk aan de orde zijn. Daarbij wordt ingegaan op een oud-katholieke (dikwijls “hermeneutische”) benaderingswijze van deze vraagstukken. Theologische benaderingen en kerkelijke standpunten uit andere kerken worden meegenomen in de bespreking.

Werkvorm en toetsing: Werkcollege (participatie vereist). Geen afzonderlijke toetsing achteraf.

Inhoud in 2014:
- Inzegening van relaties van mensen van hetzelfde geslacht
- Gastcollege “Queer theology” door Marco Derks, MPhil, op 20 mei
- De wijding van vrouwen tot de ambten

Literatuur in 2014 (wordt aan de deelnemers ter beschikking gesteld):
- Herwig Aldenhoven, ‘Der Vorsitz bei der Eucharistie im Kontext der Bildtheologie. Fragen zur ekklesialen Christusrepräsentation durch das Priestertum’, in: Internationale Kirchliche Zeitschrift 88 (1998), 301-311
- Angela Berlis, ‘Reflectie op de context van de vraag naar vrouwen in het ambt’, in: ‘De Haagse teksten’. Referaten en beschouwingen op de studiedagen ‘Vrouw en kerkelijk ambt’ 18-20 januari 1994 (Publicatiereeks Stichting Oud-Katholiek Seminarie 27), Amersfoort 1995, 15-34
- Sven-Erik Brodd, ‘Marriage and Cohabitation from an Ecclesiological Perspective’, in: The Theological Committee of the Church of Sweden, Love, Cohabitation and Marriage: Report from a public hearing September 6-9, 2004, Uppsala 2006, 193-202
- James Flynn, ‘Het antwoord van de Amerikaanse zusterkerk’ , in: ‘De Haagse teksten’. Referaten en beschouwingen op de studiedagen ‘Vrouw en kerkelijk ambt’ 18-20 januari 1994 (Publicatiereeks Stichting Oud-Katholiek Seminarie 27), Amersfoort 1995, 49-67
- Anastasios Kallis, ‘Der Vorsitz bei der Eucharistie im Kontext der Bildtheologie. Fragen zur ekklesialen Christusrepräsentation durch das Priestertum’, in: Internationale Kirchliche Zeitschrift 88 (1998), 312-328
- Levensverbintenissen en sacrament van (in-)zegening. Rapport van de Studiecommissie ‘(In) zegenen relaties van personen van hetzelfde geslacht’, Amersfoort 2001
- Gerard Loughlin, ‘Introduction: The End of Sex’, in: Gerard Loughlin (ed.), Queer Theology: Rethinking the Western Body, Oxford 2007, 1-34
- Mattijs Ploeger, ‘Inzegening van relaties van personen van hetzelfde geslacht, sacramentaliteit en de vraag naar een positiebepaling door de Oud-Katholieke Kerk van Nederland’, ongepubliceerde inleiding tijdens studiedag 27 maart 2014
- Report of the House of Bishops [of the Church of England]: Working Group on Human Sexuality (‘Pilling Report’), London 2013, 83-118
- Jan Visser, ‘Systematisch theologische beschouwing over ‘De vrouw in het ambt’, in: ‘De Haagse teksten’. Referaten en beschouwingen op de studiedagen ‘Vrouw en kerkelijk ambt’ 18-20 januari 1994 (Publicatiereeks Stichting Oud-Katholiek Seminarie 27), Amersfoort 1995, 35-48

3.4 Canoniek recht in ecclesiologische context

Docenten: Prof. Dr. J.J. Hallebeek; Dr. R. Robinson

Studiebelasting: 5 ECTS

Doel:
De student wordt in de cursus vertrouwd gemaakt met de grondbeginselen van het canonieke recht die vanuit de traditie hun stempel drukken op het hedendaagse oud-katholieke kerkelijke recht en de bestuursstructuur van de kerk.
Na de cursus is de student in staat te schetsen welke de ecclesiologische achtergronden zijn van het canonieke recht en op welke wijze bepaalde rechtsinstellingen en rechtsregels een juridische vertaling zijn van grondbeginselen die voor de traditie waaruit de kerk zich heeft ontwikkeld bepalend zijn geweest.
Na de cursus kan de student naar aanleiding van een concrete casuspositie de relevante bepalingen te selecteren en hanteren bij het vinden van een oplossing.

Methode:
Het onderwijs wordt gegeven in een mengvorm van hoorcollege en werkcollege aan de hand van het handboek (Canoniek recht in ecclesiologische context) en aanvullende literatuur. Ter voorbereiding op de colleges bestuderen de studenten wekelijks de opgegeven literatuur en raadplegen zij de relevante kerkrechtelijke bepalingen waarnaar wordt verwezen; daarnaast wordt iedere week individueel of in kleine groepen gewerkt aan een opdracht, zoals de interpretatie van een canoniekrechtelijke tekst. Een digitale leeromgeving (Studion) op internet, die onder meer toegang geeft tot alle relevante documentatie, maakt een essentieel onderdeel uit van de cursus.

Inhoud:

  • plaats en functie van het canoniek recht;
  • de rechtsbronnen: het Corpus iuris canonici, het Jus Ecclesiasticum Universum en het Statuut voor de Oud-Katholieke Kerk van Nederland;
  • capita selecta uit het eigentijdse canonieke recht vanuit historisch en comparatief perspectief waarbij ook de belangrijkste ecclesiologische oriënteringspunten aan de orde komen: ambt, verkiezing van bisschoppen, bestuur van de kerk (episcopaal-synodaal), procesrecht en huwelijksrecht;
  • de Unie van Utrecht (Statuut IBC) en haar ecclesiologische grondslag;
  • de betrekkingen met andere kerken;
  • oefening in het oplossen van casusposities uit de pastorale praktijk met zowel aandacht voor de juridische als de pastorale benadering.

 

Literatuur:
- J. Hallebeek, Canoniek recht in ecclesiologische context. Een inleiding tot het kerkelijk recht van de Oud-Katholieke Kerk van Nederland [Publicatieserie Stichting Oud-Katholiek Seminarie, 49], Sliedrecht/Amers­foort 2011

- U. Küry, Die altkatholische Kirche [Die Kirchen der Welt, 111], Stuttgart 19782, 98-117.
- K. Stalder, Die Wirklichkeit Christi erfahren, Zürich-Köln 1984.

Documenten:

- Statuut voor de Oud-Katholieke Kerk van Nederland, 5e uitgave 2007.
- Vademecum (verkrijgbaar bij het Bisschoppelijk Bureau).
- Statuut van de in de Unie van Utrecht verenigde oud-katholieke bisschoppen. Bern, 2001.

3.5 Dogmatiek

Docent: Dr. M. Ploeger

Studiebelasting: 6 ECTS

Kennis en inzicht in de grondbegrippen van de christelijke geloofsleer en de debatten omtrent deze begrippen. Studenten kunnen de oud-katholieke visie op deze grondbegrippen conceptueel duiden en relateren aan hedendaagse kwesties.

Toetsing: Tentamen

4. Practica

4.1 Practicum Pastoraat

docent: Dr. R. Robinson

studiepunten: 8 ECTS

Doel

De student heeft kennis van en inzicht in de pastorale cyclus en het paradigma van hermeneutisch pastoraat.

De student kan de reeds aangeleerde praktisch theologische modellen voor pastoraat in de praktijk (stage) toepassen: kerkopbouw, pastorale counseling, geestelijke begeleiding, missie en diaconie  

Inhoud

  • Pastorale cyclus
  • Het paradigma van hermeneutisch pastoraat
  • Geestelijke begeleiding
  • Pastorale counseling
  • Diaconie
  • Missie
  • Kerkopbouw
  • Homiletiek

Werkwijze

Elke bijeenkomst brengen de studenten praktijksituaties in op de besproken deelgebieden, die in de onderwijsgroep worden besproken. 

Literatuur

 

Toetsing

Deelname en presentatie tijdens het college en een werkstuk (1:1)

Ingangseis

Cursus 1.3 en 1.4

Opmerkingen

80% aanwezigheidsplicht. Deze cursus vormt een vervolg op de cursussen 1.3 Inleiding Praktische Theologie en Praktische Theologie in oud-katholieke context en kan alleen gevolgd worden in combinatie met de stage.

4.2. Liturgisch practicum: Het handelen als voorganger in liturgische vieringen

Docent: Drs. W.B. van der Velde

Studiebelasting: 6 ECTS

Het liturgisch practicum bestaat uit praktische oefeningen ter voorbereiding op het handelen als voorganger in liturgische vieringen en kent zes onderdelen:

1. kennismaking met de beschikbare materialen voor de oud-katholieke liturgie: Kerkboek, Gezangboek en Lectionarium, hulpmiddelen voor cantores en voorgangers, het op handen zijnde Altaarmissaal e.d.;

2. algemene introductie in het voorgaan in kerkdiensten van verschillende aard;

3. de basishandelingen bij rituelen en de functie daarvan, houding en gebaren, bewegen in de kerkruimte etc.,

4. de gang van zaken en de zgn. manual acts in de eucharistieviering en bij enige andere onderdelen van de riten, de omgang met de daarin te gebruiken voorwerpen;

5. de pastoralia zoals doop en ziekenzalving;

6. muziek, zang en stemgebruik bij spreken en zingen, waarbij ondersteuning van een logopedist(e) zal worden ingeroepen en eventuele doorverwijzing naar logopedist of muziekpedagoog kan plaats vinden.

 

5. Afsluitend Programma

5.1. Stage

Stagecoördinator: Dr. R. Robinson

Studiebelasting: 15 ECTS

Doel:
- De student doet in zijn/haar stage binnen het kader van zijn/haar werkterrein veelsoortige concrete ervaringen op. Deze dienen ervoor hem/haar voor te bereiden op het uitoefenen van een pastorale taak. Omdat deze toekomstige taak vooral binnen de Oud-Katholieke Kerk zal worden uitgeoefend wordt bij de keuze van de stageplaats erop toegezien dat de stagiaire de kans krijgt specifieke eigenheden van deze context tijdens de stage te leren kennen.
- Met name tijdens de supervisie-uren, maar ook in de werkbegeleiding wordt ernaar gestreefd dat de stagiaire inzicht gaat krijgen in de achtergronden van ieders menselijk handelen en in zijn/haar eigen pastorale functioneren en de verbetering ervan. Het is de bedoeling dat de stagiaire in deze ervaringen religieuze en relevante theologische vragen gaat herkennen en er adequaat mee leert omgaan.
- Voorzover er groepssupervisie plaats vindt gaat het erom dat de stagiaire de dynamieken en relaties binnen een groep gaat ontdekken.


Methode:
- Concrete leerdoelen van de stage evenals het precieze werkterrein en werkafspraken worden tussen de stagiaire en de stagecoördinator onder medewerking van de werkbegeleider vastgelegd.
- Nadere bepalingen, bijv. de tijdsduur van de stage en de afbakening tussen "veldwerk" en reflectie, zijn vastgelegd in het stagecontract.
- Studie van literatuur tijdens de stage is wenselijk en wordt in overleg afgesproken.
- De stagiaire maakt een stageverslag aan de hand van de stagegids.
- De stage wordt afgesloten met een verslag van de stagiaire, dat besproken wordt met de werkbegeleider en de stagecoördinator.


Inhoud:
- Het kennismaken met het pastorale werk, bij voorkeur in een parochie of het kategoriaal pastoraat. De stageplaats wordt gekozen n.a.v. de vastgelegde leerdoelen.
- De stage is complementair aan de daarvoor binnen het facultair programma gevolgde stage.
- Het inoefenen in de pastorale praktijk op verschillende werkvelden als pastoraat, liturgie en gemeenteopbouw.
- Reflectie over het eigen pastorale functioneren. Dit vindt plaats door besprekingen met de werkbegeleider en de supervisor en zo mogelijk in het kader van de groepssupervisie, en door bestudering van aangereikte literatuur. Voor de besprekingen worden in overleg met de betreffende begeleider werkverslagen en/of verbatims gemaakt.

Literatuur:
-

Opmerking: Voor nadere bepalingen zie het stagecontract verkrijgbaar bij de stagecoördinator.

5.2 Scriptie

Studiebelasting: 15 ECTS

Voor het afleggen van het Groot Kerkelijk Examen is het schrijven van een wetenschappelijke scriptie vereist. In overleg met de rector kiest de student onderwerp, vakgebied en begeleidende docent.

Voor een eventuele scriptie bij het Klein Kerkelijk Examen kunnen de docenten in overleg met de student een inidividuele regeling treffen om de inhoud van een of meer vakken in vorm van een scriptie te toetsen. Wanneer de wenselijkheid of de noodzaak van een dergelijke scriptie tijdens het jaarlijkse gesprek van de student en de rector is gebleken, worden concrete afspraken over het onderwerp en de begeleiding gemaakt met de betreffende vakdocent(en).

Het departement Godgeleerd biedt voor het maken van scripties een schrijfwijzer aan. Het Oud-Katholiek Seminarie sluit zich hierbij aan voor de vereisten en de uitwerking van scripties en adviseert daarom de gebruikmaking van deze schrijfwijzer.

6. Extra cursus bijbelse theologie

Docent: prof.dr. P.B.A. Smit

Doel:
• De attitude ontwikkelen om bij gebruik van bijbelse teksten of themata in prediking en pastoraat op zoek te gaan naar de theologische boodschap.
• Vertrouwdheid met bijbelse hermeneutiek ontwikkelen.
• De relatie tussen bijbelse teksten en het theologische begrip 'openbaring' (inspiratie, autoriteit, normativiteit) kunnen verduidelijken en kritisch beoordelen.
• Wat de bijbel zegt over theologische en ethische onderwerpen genuanceerd kunnen weergeven en toelichten.
• Vormen van latent marcionisme onderkennen.
• Oog hebben voor de ethische dimensie en consequentie van bijbelse interpretatie (wie zijn de slachtoffers van onze interpretaties?)

Inhoud:
Inleidend zal nagedacht worden over wat Bijbelse theologie is: is Bijbelse theologie überhaupt mogelijk? En zo ja, wat zijn de kenmerken, voorwaarden en beperkingen ervan? Is zij descriptief of normatief? Wat is haar methodologie? Thema's zoals 'de bijbel, woord van God en taal van mensen' en 'de vorming van de canon' sluiten hierbij aan. Stemmen uit het actuele debat hierover onder wetenschappers kunnen ons attent maken voor de vele vragen en helpen om zelf een standpunt in te nemen. Die vragen en dat standpunt zullen in het verdere verloop van de cursus getoetst worden aan de teksten en themata die we nader bekijken en bestuderen.

Het corpus van de cursus bestaat uit de studie van de theologische inhoud, betekenis en specificiteit van enkele Bijbelboeken en themata. Met de focus op enkele Bijbelboeken, zowel uit het Oude als uit het Nieuwe Testament, brengen we de complexiteit én eenheid van de theologie van die boeken in beeld en komen we hun eigenheid op het spoor door deze te plaatsen in het geheel van de canonieke geschriften. Onder meer Genesis, Exodus, Jesaja, de synoptici, Johannes en brieven van Paulus zullen aan bod komen.
Daarnaast zullen ook enkele theologisch belangrijke thema's doorheen het Oude en Nieuwe Testament worden bestudeerd: schepping, uitverkiezing, verbond en volk van God, bevrijding, ballingschap, messianisme, lijden, geweld, sociale rechtvaardigheid, heilsdood van Christus, heilige Geest, verrijzenis, eindtijd.

Methode:
Elk college start met de lezing van een Bijbelfragment. Die tekst vormt uitgangspunt én ijkpunt van het theologische denken dat nadien ontwikkeld wordt. De docent leidt het thema in en stelt voordien geselecteerde literatuur ter beschikking die dit thema behandelt. Van de studenten wordt verwacht dat zij die (in omvang beperkt gehouden) literatuur doornemen vóór de aanvang van het college. Het college is een interactiecollege waarbij de participanten via vragen en discussie inzicht verwerven in de betekenis, rijkdom, complexiteit en relevantie van het thema.

Evaluatievorm:
Van de cursisten wordt verwacht dat zij in de loop van de tweede lessenperiode (november-januari), in samenspraak met de docent, een Bijbelboek of thema kiezen en dit zelf exploreren, gedocumenteerd door een beperkte literatuur en met toepassing van de methode die hun in de colleges is aangereikt. Zij presenteren hun bevindingen aan de klasgroep op een lesmoment in de derde lessenperiode (februari-april). Die presentatie, bijgestuurd door de feedback die zij hierop van de docent en van de klasgroep ontvangen, schrijven zij uit in een paper van vijf bladzijden. De paper wordt elektronisch en in hard copy aan de docent bezorgd vóór 1 april 2010. De beoordeling van de paper weegt voor 50% in de totale beoordeling.

Daarnaast is er een mondeling tentamen. De student krijgt twee opdrachten: de theologie toelichten van een Bijbelboek en die van een Bijbels thema. Het betreft enkel Bijbelboeken en thema's die expliciet en uitgebreid aan bod zijn gekomen in de colleges. Hij/zij kan daarbij gebruik kunnen maken van alle cursusmateriaal en eigen notities ('open boek' tentamen). Bij de beoordeling zal vooral rekening worden gehouden met volgende vaardigheden: onderscheid kunnen maken tussen hoofdzaak en bijzaak, en het discours goed kunnen structureren en helder verwoorden.

Literatuur:

  • W.C. Kaiser, The Promise-Plan of God: a Biblical Theology of the Old and New Testaments. Grand Rapids: Zondervan, 2008.
  • New Dictionary of Biblical Theology, ed. T.D. Alexander & B.S. Rosner, Leicester - Downers Grove, Illinois, InterVarsity Press, 2000.
  • A. Deissler, Die Grundbotschaft des Alten Testaments, Freiburg - Basel - Wien, Herder, 22006.
  • F. Vouga, Une théologie du Nouveau Testament (Le monde de la Bible, 43), Genève, Labor et Fides, 2001.
  • Bij elk van de deelonderwerpen van de cursus zal een bibliografie en een reader met geselecteerde literatuur ter beschikking worden gesteld.